17 17 1 1 0

KANTJIL VERHALEN
SERIE I

KANCIL GAAT TERUG NAAR HET VEILIGE BOS

1e BEDRIJF

Een oude vrouw in een huis, omstuwd door haar kinderen en kleinkinderen.
Naar aanleiding hiervan vertelt de oude vrouw een verhaal voor het slapen gaan of een verhaal om te verhinderen dat de kinderen en kleinkinderen buiten gaan spelen nu de avond is gevallen.

Ze vertelt dat in vroeger tijd alle dieren met elkaar konden spreken net als mensen. En dat er iemand was, Nabi Sulaiman, die de verhalen over het leven van de dieren begreep.

2e BEDRIJF

(De oude vrouw begint te vertellen)

Er was eens een vergadering in een dorp onder leiding van een dorpsbestuurder. Het overleg ging over hoe je als boer succes kon hebben en hoe je landbouwplagen kon bestrijden volgens de voorstelling van de regering.

Toen rapporteerde een dorpsbewoner dat er de laatste tijd veel aanplant in tuinen en op velden kapot gemaakt werden door een dier dat door velen een “kantjil” genoemd werd. De man vroeg hoe je dat nu moest aanpakken, want nu liepen de streken van die Kantjil werkelijk de spuigaten uit. De dorpsbestuurders gingen overleggen. Ze kwamen met een voorstel om Kantjil levend te vangen. Hij mocht niet gedood worden, omdat hij hoorde tot de beschermde diersoorten.

Nadat het besluit rond was, werden er stappen ondernomen om Kantjil te vangen met een list. Er werd een een vogelverschrikker van stro gemaakt in de vorm van een mens. Zijn handen, voeten, zijn hele lijf werden ingesmeerd met lijm. Toen hij klaar was werd hij neergezet midden in de landerijen waar Kantjil vaak kwam om eten te zoeken. En nu werd een heel strategisch deel ervan uitgekozen, namelijk een komkommerveld.

3e BEDRIJF

(in het komkommerveld)

Op een mooie dag, nog voor de boeren naar hun velden zouden vertrekken om daar hun bezigheden te doen, was Kantjil al in het komkommerveld. Gulzig en vol genot at Kantjil van een komkommer naar zijn keuze. Toen bleek dat hij niet lekker genoeg was, zocht hij een andere die er lekkerder uit zag. Ondertussen keek hij naar alle kanten om zich heen of er niet iemand aan kwam. Toen Kantjil vlak bij een grote gele komkommer was, schrok hij omdat er een mens midden in het veld stond. Heel voorzichtig liep hij erop af Kantjil om uit te vinden wie die onbeweeglijk staande figuur was. Langzaam sloop Kantjil dichter bij. Toen hij er eenmaal voor stond, begon hij hem vriendelijk toe te spreken. Toen die figuur niets terug zei en ook niet bewoog, ging Kantjil hem aanraken. Eerst met zijn rechter voorpoot. Wat gebeurde er? Hij kon zijn rechter voorpoot niet meer los krijgen omdat hij vastgeplakt zat. Zo hard hij kon trapte hij met zijn linker voorpoot, totdat hij die ook niet meer los kon krijgen. Kantjil kreeg in de gaten dat hij vast zat. Hij probeerde zo hard hij kon zich los te wringen, maar het lukte hem niet. Zijn krachten begaven het.

Kantjil had helemaal niet in de gaten dat de boeren uit de verte naar hem stonden te kijken. Toen ze zagen dat Kantjil niet meer bewoog, liepen ze rustig van alle kanten naar hem toe om hem te vangen. Voorzichtig pakten ze hem en droegen hem naar huis. Ze stopten hem in een hanenkooi die buiten op het erf stond.

De bewoners van het dorp kwamen van alle kanten aanstromen. Ze wilden met eigen ogen zien dat Kantjil opgesloten zat. De hele dag door kwamen er mensen kijken, oud en jong, groot en klein, mannen en vrouwen, tot laat in de avond. Aan het eind van de lange dag zei de dorpsomroeper dat de mensen die kwamen kijken naar de gevangen Kantjil nu snel naar huis moesten. De volgende dag konden ze weer komen kijken, omdat dan in de ochtend Kantjil teruggebracht werd naar het bos om losgelaten te worden. Daar kon hij dan weer vrij leven.

Het was al bijna middernacht. Buiten was het al duidelijk stil, omdat er geen mensen meer waren die naar Kantjil in zijn kooi kwamen kijken. Kantjil had zich er al bij neergelegd dat hij binnenkort niet meer zou leven, hoewel de mensen hem toch eten gegeven hadden. Maar het eten en drinken dat ze hem gegeven hadden had hij laten staan.

Kantjil zag vanuit de verte, heel stil, iets wat bewoog uit het huis komen en naderbij komen. Het wezen kwam hoe langer hoe dichter bij. Toen het vlak voor hem was, schrok Kantjil want hij hoorde een stem die hem vriendelijk toesprak. Het bleek de huishond van de de boer te zijn die hem gevangen had genomen. De hond vroeg waarom Kantjil in die kooi zat. Opeens kreeg Kantjil een idee hoe zich te bevrijden. Hij zei, heel slim, dat de boer hem nodig had om zijn schoonzoon te worden. Toen de hond dat horen, raakte hij geïnteresseerd. Uiteindelijk wisselde de hond van plaats met Kantjil in de kooi. Kantjil kon ontkomen aan het dreigende gevaar door de domheid van de hond. De volgende ochtend schrok de boer en hij werd boos toen hij zag dat zijn hond in de kooi zat. Hij kreeg een pak slaag van de boer zodat hij er hals over kop van door ging.

SCENE IV
(Kantjil vlucht weg van het dorp)

Wat was Kantjil blij dat hij niet meer in gevaar was. Hij beloofde zichzelf dat hij de aanplant van de boer niet langer zou verstoren. Kort na zijn vlucht was hij al ver van het dorp. Hij kwam aan bij de oever van een riviertje. Hij stond even stil om uit te rusten van de vermoeidheid en water te drinken tot zijn dorst over was. Terwijl hij zat uit te rusten, kwam er een kraai langs. Hij vroeg waarom Kantjil zo zorgelijk uitzag. Hij vertelde aan de kraai alles wat er gebeurd was. Daarop informeerde de kraai Kantjil dat er aan de overkant van de rivier veel van zijn vrienden op hem wachtten. Daar hadden ze een beschutte plek voor alle dieren. Kantjil vond het verhaal van de kraai interessant. Hij nam afscheid van de kraai en ging verder.
Kantjil merkte dat het heel moeilijk was om de rivier over te steken, omdat deze zo breed was. Hij dacht lang na en bedacht hoe hij op een makkelijke en veilige manier kon oversteken. Terwijl hij zo zat na te denken dook er uit de rivier een krokodil op. Die wilde hem grijpen om op te eten. Door een slimme zet wist Kancil te ontsnappen aan de gevaarlijke krokodil. Hij stak veilig de rivier over.

Scene V
(Kancil in het veilige bos)

In het Veilige bos dat groot en mooi was met veel lommerrijke bomen en weelderijk groen gras, leefde Kantjil gelukkig met zijn kameraadjes in de vrije natuur, veilig en rustig samen met zijn herten, geiten, vogel, karbauw en andere dierenvriendjes. Kantjil zat onder een grote boom waardoor een zachte wind waaide en werd moe. Hij dommelde en viel in slaap. Nauwelijk was hij in slaap gevallen, of hij werd opgeschrikt door een donderend geluid, zodat hij wakker werd. Voor alle dieren van het bos, inclusief Kantjil, dreigde gevaar. Heel veel dieren vluchtten uit angst. Zij renden langs Kantjil die inmiddels was gaan zitten. Hij raakte in verwarring. Wat was er nou voor ergs aan de hand? Toch wilde Kantjil niet weg van waar hij zat. Na een tijdje waren de vluchtende dieren verdwenen. Toen verscheen de tijger. Hij ging dreigend voor Kanjtil staan. Maar Kantjil bleef bewegingloos zitten. Uiteindelijk trapte de tijger in de list van het hertje. Hij zei dat hij van Nabu Sulaiman moest wachten op Dodol. De tijger liet Kantjil gaan. Vervolgens vluchtte Kantjil weg om een veiliger plek op te zoeken.
Uiteindelijk kwam Kantjil een huisjesslak tegen. Die wist Kantjil te verslaan waarna het dier terecht kwam in een oude put.

Toen het verhaal uit was, zag de Oude Vroouw met een glimlach dat alle kinderen aan wie ze het verhaal had verteld in slaap gevallen waren.

Yogyakarta, september 1985, vertaald door Ledjar Soebroto.

Terug naar Kancilverhalen

Terug naar “boven”