10 10 1 1 0

DE KONING MET HET DIERENHOOFD, H.I.R. Hinzler

Toen ik bij een yatra van een groep sadhu’s en pelgrims die Sankaracarya vereren was – pelgrimage van Bharmour naar Manimahesh in Himachal Pradesh – trof mij de wijze waarop de bezoekers van de tempel in Bharmour het beeld beschouwden. Het beeld, maar ook de plek hadden KRACHTEN, die gevoeld en erkend werden niet alleen door Hindoes, maar ook door Sikhs, Katholieken en zelfs Moslims die uit Himachal komen. Zij vonden het beeld allemaal prachtig, maar het meest belangrijke was de kracht die ervan uitging. Die was onafhankelijk van het feit dat het een dierenhoofd had. Het beeld is een incarnatie – aatara – van Visnu.

Ik dacht aan de wijze waarop men in Java tussen de 9e en 14e eeuw dacht over de incarnaties van Visnu, over afbeeldingen van goden met dierenhoofden en andere wezens, die als half mens – half dier werden uitgebeeld. Er zijn nogal wat verschillen.

Onder de avatara’s van Visnu worden genoemd in de Oud Javaanse teksten en inscripties: Arjuna (een van de vijf zoons van Pandu; Hariwangsa), Arjunasahasrabahu (AWJ), Baladewa (zoon van Basudewa in India, maar in Java zoon van de koning van Madura), Krsna (zoon van Basudewa), Narasingha (hij moet de daitya Hiranya of Hiranyakasipuh doden), Kurma, Matsya of Iwak, Rama (zoon van Dasaratha, hij moet Rawana doden), Ramaparasu, Triwikrama (in India Vamana, dwerg incarnatie genoemd), Waraha.

Onder de Javaanse koningen beschouwde Jayabhaya Warmeswara (1135-1159) zich als een incarnatie van Wisnu (BY 52,5d), maar ook Jayanagara (1295-1328) , de achterkleinzoon van Wisnuwarddhana (1248-1268). De oudere broer, of neef van Wisnuwarddhana heette Narasingha. De beide familieleden regeerden enige tijd samen. Narasingha werd narasingharaja, of narasingharajya genoemd. Hij was een dewamurti, een Wisnwawatara (Mula Malurung 1255; Sarwadharma 1269, Kudadu 1294) en hij werd vereerd na zijn dood als de Bhatara van Narasinghanagara (Fr. 21319, Kudadu 1294).

Koning Sarweswara van oost Java noemde zich Triwikramawatara volgens de inscriptie van Kemulan uit 1194 CE. Hij werd ook Wisnumurtyawatara genoemd (Palah 1197).

Jayanagara (1295-1328) noemde zich ook een Wisnwawatara, hij hoorde tot de Wisnuwangsa en zijn zegel, lancana, was een vis, Iwak.

De afbeeldingen in steen of brons van half mens-half dier figuren – incarnaties van Wisnu – in Java zijn van de volgende goden-koningen:
Narasingha, manleew

Waraha, als mens, of helemaal als ever

Matysa, maar dat blijkt een laat gemaakte brons te zijn

Verder zijn er nog andere mensfiguren met een dierenhoofd:

Hayagriwa, als man met een drie mensenhoofden en een dierenhoofd of met een mensenhoofd.

Helledienaren in Bu en Hi verhalen

BALI
Op Bali is het verhaal van de koning van Bedahulu, een man die een varkenshoofd krijgt.

In de afbeelding op het relief wordt het een demonsich mensenhoofd

In vergelijking met India worden er op Java en Bali weinig goden/vorsten beelden met een dierenhoofd afgebeeld. Je krijgt de indruk dat dat niet gewaardeerd wordt. Ik denk dat dat komt omdat helledienaren met dierenhoofden geassocieerd worden en demonen zich in dieren kunnen veranderen. Dat zou in Java als kenmerk voor de ‘slechte’partij beschouwd kunnen worden, zodat men de voorkeur gaf aan beelden van de koning/god met een mensenhoofd.

Terug naar Dierenfabels

Terug naar “boven”