9 9 0 0 0

6 APRIL 2012

De vrouw van de inmiddels overleden jongere broer van mijn inmiddels al veel eerder overleden leraar Balinees is eind februari plotseling overleden. Ze was 75 jaar, nog gezond en sterk. Ze woonde in Puri Jambé hier in Krambitan, maar ze is een jongere zuster van de tweelingbroers die in Puri Anyar, in het noorden van het dorp, resideren. In Denpasar had ze de jongste dochter van haar zus geholpen. Een nog piep jong meisje, dat net haar eerste baby van 5 maanden verloren had. De moeder werkte, de baby sister (zo heet dat hier) had het kind net de fles gegeven, toen het plotseling ophield met adem halen. De oppas raakte in paniek, ze wist niet wat ze moest doen. De baby overleed. Dat is het eerste nare verhaal. De oude vrouw van 75 was klaar met haar bezigheden in Denpasar. Ze wilde nog even haarverf kopen. “Wacht nou even”, had haar zuster gezegd, “dan helpen we je wel met oversteken”. Het huis waar ze was ligt aan een redelijk drukke weg. “Nee, hoeft niet, ik kan wel zelf”. De vrouw was nog niet eens aan het oversteken, ze stond nog op wat je in Nederland “de stoep” zou noemen, toen er in volle vaart een jongen op een brommer, met achterop een hoog en breed uitstekend ijzeren staketsel voor het vervoeren van grote plastic aquaflessen van 15 liter. Hij moest uitwijken om dat een auto hem wilde paseren. Hij ramde met zijn ijzeren contraptie de vrouw. Ze kreeg een klap tegen haar voorhoofd, die een brede wond veroorzaakte. Ze werd omhoog geslingerd, maakte een salto en kwam onderste boven in een tamelijk diepe en brede stenen goot terecht. Daar werd haar achterhoofd ingedeukt. Ze was op slag dood. De jongen reed door. Later is hij opgepakt door de politie. Uit Banyuwangi kwam hij. Natuurlijk weer een Javaan..

De vrouw is gecremeerd,na Balisch Nieuwjaar, Nyepi, op 28 maart, maar omdat haar dood een “salah pati”, gewelddadig, was, moeten er extra rituelen uitgevoerd worden. Vandaag, 6 april, is het 12 dagen na de crematie. Dan hoort in een paleis een zielezorg ceremonie plaats te vinden. Ten eerst om wat er nog aan stoffelijke resten van de doden per ongeluk achter gebleven is, “bijeen te zoeken” en te cremeren, ten tweede om alle onreinheid van de familie weg te halen. Verder wilde de familie de beide oudere vrouwelijke kleinkinderen van de vrouw de tandenvijl ceremonie laten ondergaan. Er is nog een nakomertje, een jongetje, maar die is nog te klein. De tandenvijl ceremonie is de afsluiting van het kind-zijn. Hierna kunnen de meisjes trouwen. Ze verliezen ook de permanente “onreinheid” waarin ze verkeren, zolang ze nog klein zijn. Ik schat de leeftijd van het oudste meisje op rond de 16, dat van het tweede op een jaar of 13. Ze zit wel al op de middelbare school. Het is ook goedkoper om de ngrorasin ceremonie van de oma te combineren met het tandenvijlen van de kinderen. Je hebt alle gasten en familie maar een keer over de “vloer”, je hoeft ze maar een keer eten te geven. Het is normaal dat er tussen de 500 en 600 gasten komen bij een ceremonie in een paleis.

De ceremonie van vandaag heet “het zoeken van bladeren van de waringin boom”. Die boom staat in de puri. Iedereen in het dorp, die waringin bladeren nodig heeft voor een ritueel, moet ze aan de puri vragen. Zo’n boom is een symbool van de (vroegere) macht van het paleis over een dorp. Dat dorp was gegroeid rondom het paleis, de bewoners waren oorspronkelijk in dienst van het paleis. Krambitan is rond 1710 gesticht door de voorouders van de mensen waar ik in huis zit, in Puri Gede, het eerste paleis. Later zijn er nog twee Puri’s bij gekomen, omdat er te veel zonen waren. Het paleis was te klein. Een zoon van Puri Gede is als “vrouw” ingetrouwd in Puri Jambe, omdat daar alleen maar meisjes waren. Het was zon’n omkeer huwelijk. Normaliter trouwen de meisjes uit, zij worden lid van de familie van de man en moeten diens voorouders vereren. Als er in een paleisgezin maar een kind is, en als dat een meisje is, zou het paleis al zijn gronden (sawahs, droge velden) en andere rijkdommen kwijt raken. Het zou ophouden te bestaan. Om dit te voorkomen is er het omkeer huwelijk. Meisje trouwt met neefje en wordt de man, neefje wordt de vrouw. De nieuwe “man” moet de “vrouw” onderhouden, theoretisch. In de praktijk is dat al lang niet meer zo. Beide echtelieden hebben ene baan.

Om vier uur in de namiddag stonden we rondom de waringin boom, die aan de westkant van Puri Gede groeit. Een lange stok met een mes om de bladeren af te snijden werd door een pemangku (lekepriester) vastgehouden. Een groepje mannelijke en vrouwelijke familieleden hield een lange mat vast, waarop een witte doek lag. De bladeren die van de boom werden afgesneden (in het oosten, zuiden, westen en noorden van de boom) moesten opgevangen worden op de mat. Wat er aan blad naast viel op de grond, mocht niet gebruikt worden voor het ritueel. Het was onrein geworden door de aanraking met de grond. Om de beurt ging een mannelijk of vrouwelijk familielid proberen een tak op de juiste manier af te snijden, zodat hij op de mat viel. Dat was niet eenvoudig. Er ging vaak wat mis, wat leidde tot vele grappen en veel gelach. Toen de pemangku (een Tu Aji Raka uit Kedampal, grijs haar, enorme bril, magere, gebogen gestalte, prevelt onverstoorbaar zijn mantra’s terwijl hij met zijn bel kleppert; lacht nooit meer sinds hij weduwnaar is en zijn dochter heeft verloren) aangaf,dat er nu genoeg takken met bladeren omlaag waren gekomen, werd de mat dicht gevouwen. Onder begeleiding van de baleganjur liepen we naar Puri Jambé een paar honderd meter verderop.

Daar werd de ceremonie overgenomen door een welaka, een brahmaanse lekepriester, die bij aan de overkant van de Puri Gede, in het noorden woont. De mat werd op een balé gelegd. De brahmaan ontvouwde de mat, zodat de takken met de bladeren bloot kwamen te liggen. Voor hem stond een ronde aardewerken pot met water. Familieleden van de overledene moesten met een speciaal mes in totaal 3 x 23 waringin bladeren die onbeschadigd, zonder verkleuringen, of vuil waren, afsnijden. De brahmaan stopte ze in de pot en roerde de bladeren om. Die 69 bladeren stellen de beenderen die een mens heeft voor. In dit geval de beenderen van de overledene. Daarna vouwde de man de bladeren op een bepaalde manier en reeg ze aan een lange,droge, bladnerf. Vervolgens maakten hij en de inmiddels gearriveerde pedanda istri, de vrouw van de brahmaanse priester (pedanda) van de nerf met blaadjes een surrogaat lichaam. Dat werd door haar en de welaka aangekleed met witte lapjes versierd met bladmotieven in goudverf. De pedanda istri maakte een hoofd met hoofdtooi, het model dat hier cili heet, van lontarpalmblad. De brahmaan schreef in Balinees schrift de naam van de vrouw, die zij bij haar leven droeg, op een stukje lontarpalmblad: Anak Agung Sagung Ngurah Partini. De pop die nu was onstaan stelt de sekah, de restjes aardse bestanddelen van de dode voor. Die worden gecremeerd in bijzijn van de pedanda, die de juiste spreuken hierbij reciteert. Het is de bedoeling dat, ook door het verbranden van het stukje lontarblad met de naam van de dode, niets meer van haar overblijft, zodat de ziel in het hiernamaals een volgend pad in kan slaan. Bij de crematie geeft de pedanda namelijk een nieuwe naam aan de ziel (niemand van de aanwezigen wist welke, ze waren het vergeten of hadden het niet gehoord toen het werd omgeroepen). De pop werd naar de balé die als rustbed voor een opgebaarde dode dient gedragen.

De beide meisjes, wier tanden morgen gevijld worden, moesten “afscheid” nemen van de grootmoeder en zich prepareren op hun ceremonie. Daartoe moesten zij eerst bidden voor een schrijn, van tijdelijk materiaal gemaakt, gewijd aan Surya, vervolgens voor een eveneens tijdelijk schrijntje de sanggah sangé die in de balé van de pop. Niemand in Krambitan kende zo’n sanggah. Het is een Tabanans gebruik. De pedanda istri en de pedanda komen uit Griya Dèn Carik, in Tabanan. Tot ieders verbazing voeren zij Tabananse rituelen uit bij ons. Daarna moesten de meisjes, hun ouders, en de zuster van de overledene (Sagung Kartini) afscheid nemen van de overledene, zittend voor het rustbed waarop de pop was geplaatst. De pedanda istri zong drie keer een zelfde lied – voor de schrijn van Surya, die van de sanggah sange en voor de pop – over jonge meisjes, die afscheid nemen van hun kindsheid.

Hierna ging iedereen zitten, wat eten en drinken. Het wachten was op de pedanda. Die was nog bezig in een ander dorp bij een ander ritueel. Ik ben om 9 uur weg gegaan. Het is nu half 11, pas maar hoor ik gamelan muziek, ten teken dat er iets gebeurt in Puri Jambe. Het kan dus nog wel een aantal uren duren, voordat de ceremonie ten einde is. Ik vermoed dat men rond half 1 vannacht terug is. Op 7 april hoorde ik dat het ritueel geleid door de pedanda, n.l. het brengen van een caru om de salah pati van de gecremeerde vrouw te neutraliseren, pas om 2 uur in de nacht ten einde was.

Morgen, 7 april, om 9 uur precies begint de tandenvijl ceremonie.

De sfeer in de puri was heel plechtig en rustig, maar ook ontspannen, omdat de aanwezigen – allemaal familieleden, ik schat dat er een stuk of honderd waren– ook plezier maakten. De dames zaten Tu Agung (hij is een jongere broer van Tu Man uit Puri Gede, maargetrouwd met het enige kleinkind van de overledene) te plagen om wijze waarop hij zijn hoofddoek, udeng, geknoopt had. Het is een tot driehoek gevouwen vierkante lap, die je om je hoofd moet winden, met een speciale knop aan de voorkant. De beide punten van de knoop moeten omhoog steken. Dat lukt niet altijd. Als de flap te lang is, klapt zo’n punt omlaag. De dames maakten grappen: hij lijkt op een strijder, die verloren heeft (prajurit kalah). Je bent toch nog niet zo oud? Kun je hem niet meer omhoog krijgen, etc. Ik zei: probeer het eens met haargel. Ik ken de meeste aanwezigen of vanaf hun geboorte, als ze jonger zijn dan 40 jaar, of gewoon al 40 jaar. De lichting die nu rond de 45 is, speelde vroeger met mijn dochter als we op Bali waren. Ze vertellen me nu pas de verhalen over het kattekwaad dat ze toen uithaalden. Het is voor mij heel interessant en bijzonder in zo’n groep te zitten: bijna iedereen is familie, of aangetrouwde familie, of werkzaam voor de familie, woont al jaren in hetzelfde dorp, en kent elkaar. Er wordt tijdens het wachten – ceremonies bestaan voor een groot deel op wachten op mensen die er nog niet zijn, spullen die er nog niet zij, of die in gereedheid gebracht moeten worden voor een volgend onderdeel van het ritueel – veel gepraat en bijgepraat. De mensen zijn heel open over fouten die ze begaan hebben, ongelukkige situaties waarin ze verkeren of verkeerden, zaken die ze anders willen aanpakken. Ze vertellen de dingen heel neutraal, er zijn geen spanningen, althans niet door mij waarneembaar. Ik vraag Tu Man vaak of mijn waarneming klopt. Dat blijkt dan zo te zijn. Het is wel bijzonder, vind ik.

7 april
De ceremonie zou om 9 uur beginnen. Tu Man en Tu Mas kwamen pas laat in Krambitan (we zouden met zijn drieen gaan), zodat we pas om tien over half 10 in Puri Jambe waren. De pedanda istri en pedanda waren er al, ze begonnen precies om 10 uur.

Terug naar Bali stories 2010, door H.I.R. Hinzler

Terug naar “boven”