Oud Javaans

Atitihi, gast
Patitihan, plek voor gasten

Datengan, gast

Kalasa, mat om op te zitten; een mat of het hebben van een mat was een teken van waardigheid
Pangalasan, groepen vorstelijke dienaren of ambtenaren stonden onder een juru pangalasan.
De taak van de pangalasan was berichten over te brengen en gasten naar de vorst te brengen.

Madhuparka, een drank met honing werd aangeboden aan gasten van een koning of aan de bruidegom tijdens het huwelijk. De drank was een betoon van respect.

Kuren, man en vrouw
Het was de taak van de vrouw voedsel aan de man aan te bieden
Kuren-kurenan, kukurenan, voedsel aangeboden aan gasten.

Pagu, steun, iets wat stevig is
Apagut, ontmoeten
Amagutaken, een gast ontvangen, een gast ontmoeten
Pagutan, ontmoetingsplaats

Sanggraha, ontvangen
Pasanggrahan, ontvangsthal
Pasanggraha, gast

Sungsung, naar voren komen
Asungsung, naar voren komen om iemand te ontmoeten
Anungsung, gasten ontvangen
Panungsung, datgene waarmee men iemand welkom heet, bijvoorbeeld wierook, eten

Tamu, tamuy, tami, gast
Tinamu, anamuy, tinamuy, gasten ontvangen, gasten tracteren
Panamu, iemand die offers draagt bestemd voor gasten
Panamuy, datgene waarmee men een gast ontvangt
Atamuyan, een gast, een bezoeker hebben
Patamuyan, gastenverblijven

Temak, iemand die een festiviteit bijwoont (ceremonie), maar niet tot de gasten die een uitnodiging hadden behoort

Tithi, gast

Upahara, offers, o.a. voor een god. Ook cadeaus voor een vorst of hogeren in de vorm van eten. Ook eten aan gasten geserveerd.

Tampa
Tinampa, anampa, iets op de palm van de hand dragen, of op een presenteerblad, met name de parafernalia van een vorst.
Panampan, dienblad, presenteerblad

Tarima, iets ontvangen
Anarima, tumarima, tinarima, katarima, giften krijgen, o.a. betel

Sanskrit

Atithi, gast

Sangghatika, gast

Iets vragen

Pinta, verzoek

Terug naar “Inhoud”